MenuLevensmiddelenkrant

Koopzondag verdeelt supermarkten

NIEUWVEEN - De koopzondag verdeelt niet alleen de politiek, ook supermarktondernemers denken verschillend over de wenselijkheid hiervan. Ondernemers uit de vier grote steden zien kansen om de omzet en het rendement te verbeteren, in tegenstelling tot degenen daarbuiten. En hoewel gemeenten zelf het beste een inschatting kunnen maken, vrezen ondernemers dat dit ook tot willekeur leidt.

Dit blijkt uit een onderzoek van Levensmiddelenkrant onder een groot aantal supermarktondernemers. De oproep vanuit de vier grote steden, politieke partijen en detailhandel aan het kabinet om gemeenten zelf te laten beslissen over de koopzondagen kan bij 47 procent van de ondervraagden op goedkeuring rekenen. Zij wijzen er op dat gemeenten zelf het beste kunnen inschatten wat bij hen van toepassing is. “In de stad hebben ze andere belangen dan in een dorp”, aldus een PLUS-ondernemer uit Gelderland. 9 procent heeft ‘geen mening’ en 44 procent is het niet eens met de oproep. Een aantal van hen is bang voor de willekeur van gemeenten. “Wij vallen nu net buiten de regeling en mogen dus niet open”, klaagt een Amsterdamse C1000-ondernemer. “Het moet landelijk geregeld worden.”

Verruiming
Toch zijn ondernemers uit de steden het meest positief over een mogelijke verruiming van het aantal koopzondagen. 41 procent zegt ‘hoe meer hoe beter’, 35 procent noemt het huidige aantal goed en 24 procent wil het liefst geen koopzondagen. In de dorpen geldt dit laatste voor 67 procent, noemt 20 procent het huidige aantal goed en is slechts 13 procent voorstander van verruiming. In de steden denkt 70 procent dat de omzet fors stijgt bij meer koopzondagen. In de dorpen denkt een kleine meerderheid van 53 procent dat de omzet gelijk blijft. “Ik denk dat de omzet kortstondig stijgt”, aldus een PLUS-ondernemer uit Overijssel. “Als iedereen open gaat, is er sprake van een verschuiving van de omzet. Mensen gaan niet méér eten.” Eenzelfde geluid klinkt als het gaat om de winstgevendheid. In de steden denkt 70 procent dat het rendement zou stijgen. Van de ondernemers in de dorpen denkt 67 procent juist dat de winst daalt, vooral vanwege gestegen kosten voor personeel en energie.

Bron: